ECLI:NL:CRVB:2014:3954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WGA-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant ontving vanaf 7 april 2009 een WGA-vervolguitkering en toeslag, maar had sinds 1 oktober 2008 inkomsten uit arbeid die hij niet aan het Uwv heeft gemeld. Het Uwv herzag daarom de uitkering en beëindigde de toeslag, en vorderde €39.166,88 terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden en dat het Uwv mocht uitgaan van de door de belastingdienst verstrekte gegevens. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de terugvordering onjuist was vastgesteld en dat sprake was van reformatio in peius, maar zijn bezwaren werden verworpen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig, benadrukte de wettelijke verplichting tot terugvordering van onverschuldigde uitkeringen en wees het beroep af. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien en de procedurekosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van onverschuldigde WGA-uitkering en toeslag wordt bevestigd.