ECLI:NL:CRVB:2014:3809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar
Appellante ontving sinds 1999 een WAO-uitkering vanwege psychische en buikklachten, welke in 2006 werd ingetrokken wegens een vermindering van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. Na een periode van ziekengeld en een melding van verslechtering in 2011, weigerde het UWV een nieuwe WAO-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond, omdat er geen sprake was van een toename van arbeidsongeschiktheid door dezelfde oorzaak binnen vijf jaar sinds de intrekking.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de toename van arbeidsongeschiktheid in 2009-2010 niet aan dezelfde oorzaak was toe te schrijven. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts terecht had geconcludeerd dat er in die periode geen toename van functionele beperkingen was ten opzichte van eerdere vaststellingen. Er waren geen nieuwe medische gegevens die dit standpunt ondersteunden.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit van het UWV. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door H. van Leeuwen op 17 november 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na intrekking.