ECLI:NL:CRVB:2014:3784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid postsorteerder
Appellant was werkzaam als postsorteerder toen hij zich ziek meldde vanwege knie- en rugklachten. Na beëindiging van zijn dienstverband werd hem een Ziektewetuitkering toegekend. Een verzekeringsarts concludeerde echter dat appellant geschikt was voor rug- en kniesparend werk, zoals zijn functie als postsorteerder, en beëindigde daarom zijn uitkering per 22 december 2011.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat recente medische gegevens ontbraken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functieomschrijving van postsorteerder als maatgevende arbeid vaststond.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad vond dat de artsen van het UWV voldoende inzicht hadden in de aard van het werk en de beperkingen van appellant. De verzekeringsarts had op basis van dossierstudie en onderzoek vastgesteld dat appellant geschikt was voor zijn maatgevende arbeid. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor rug- en kniesparend werk als postsorteerder.