ECLI:NL:CRVB:2014:373
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij ontslag ambtenaar
Verzoeker was sinds 2006 werkzaam bij het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW). Na verslechterde arbeidsrelaties en een mediationtraject werd verzoeker in mei 2011 buitengewoon verlof verleend en in december 2011 geschorst. In april 2012 verleende het dagelijks bestuur ontslag op grond van de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregeling Waterschapspersoneel. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening werd door de voorzieningenrechter afgewezen. Verzoeker stelde dat het ontslagbesluit onbevoegd was genomen en dat hij spoedeisend financieel belang had vanwege terugvordering van teveel betaalde bezoldiging.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen voldoende onderbouwde financiële nood had aangetoond en dat het ontbreken van bevoegdheid niet automatisch een spoedeisend belang oplevert. Bovendien werd verwacht dat de hoofdzaak voor juli 2014 behandeld zou worden, zodat geen onverwijlde spoed bestond.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.