ECLI:NL:CRVB:2014:3651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij per 29 maart 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daardoor geen recht had op een WIA-uitkering. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank ten onrechte haar beperkingen onvoldoende had meegewogen, waaronder hevige pijn, chronische vermoeidheid en duizeligheid, en dat zij niet in staat was haar revalidatiebehandeling te volgen. Tevens stelde zij dat een onafhankelijke deskundige benoemd had moeten worden voor nader medisch onderzoek. Ter onderbouwing overhandigde zij verklaringen van haar huisarts en een neurologische poli.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de beroepsgronden juist en voldoende gemotiveerd had beoordeeld en dat de aanvullende medische informatie niet relevant was voor de situatie per datum van het besluit. Er was daarom geen aanleiding voor nader medisch onderzoek. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.