ECLI:NL:CRVB:2014:3638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering vanwege ADHD en andere beperkingen. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen omdat appellant volgens medisch en arbeidskundig onderzoek geschikt is voor lichte arbeid met begeleiding. De rechtbank heeft het bezwaar van appellant ongegrond verklaard, stellende dat het medisch onderzoek de beperkingen voldoende in kaart brengt en de arbeidskundige beoordeling passend is.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld en dat hij niet in het reguliere arbeidsproces kan functioneren, ook niet met een jobcoach. De Centrale Raad van Beroep heeft het oordeel van de rechtbank onderschreven, omdat appellant geen objectieve medische gegevens heeft overgelegd die het oordeel over de functionele mogelijkheden zouden ondermijnen.
De Raad concludeert dat appellant in staat wordt geacht de voorgestelde functies te verrichten en dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat er geen recht op een Wajong-uitkering bestaat. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenverdeling.
Uitkomst: De afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende medische en arbeidskundige beperkingen.