ECLI:NL:CRVB:2014:3553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies.
In hoger beroep betoogde appellant dat de functies medisch niet passend zijn vanwege zijn visusproblemen en kondigde hij een onafhankelijke arbeidskundige beoordeling aan. De Raad heeft het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en het arbeidsdeskundig rapport bevestigd en oordeelde dat de door appellant overgelegde medische stukken geen aanleiding geven tot een ander oordeel.
De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding om het besluit van het UWV te wijzigen en het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.