ECLI:NL:CRVB:2014:3386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens overschrijding verblijf buitenland
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en had toestemming gevraagd voor verblijf in het buitenland van 10 juni tot 6 juli 2012. Het college verleende toestemming onder de voorwaarde dat zij zich uiterlijk 9 juli 2012 moest melden, wat zij niet deed.
Het college trok daarom per 8 juli 2012 de bijstand in en vorderde de kosten over de periode tot en met 31 juli 2012 terug, omdat zij de wettelijk toegestane verblijfstermijn van vier weken buiten Nederland had overschreden. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen omdat geen sprake was van zeer dringende redenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De medische situatie van appellante in Marokko, hoe ernstig ook, leidt niet tot een uitzondering op de wettelijke regel dat verblijf buiten Nederland langer dan vier weken het recht op bijstand uitsluit.
De Raad overwoog dat voor zeer dringende redenen een acute noodsituatie vereist is die niet anders dan door bijstand kan worden verholpen, wat hier niet is aangetoond. Appellante kreeg medische zorg en werd door familie verzorgd, zodat bijstand niet onvermijdelijk was.
Daarmee is het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.