ECLI:NL:CRVB:2014:3384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand sinds januari 2011 en werd onderzocht na een tip over verblijf van zijn gezin in Tunesië. Uit bankafschriften bleek dat er maandelijks €450 werd overgemaakt op een bankrekening van appellant, zonder melding aan het college. Het college herzag de bijstand en vorderde €6.659,51 terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant stelde dat de betalingen terugbetalingen van een lening waren en dat er geen sprake was van schending. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde om dit aannemelijk te maken. De overschrijvingen werden als inkomen beschouwd en moesten worden meegerekend bij de bijstand.
De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen. Ook was het opleggen van een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht terecht. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.