ECLI:NL:CRVB:2014:3362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds 2007 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme tip dat appellant werkte, startte de gemeente Den Haag een onderzoek en verzocht appellanten bankafschriften over te leggen. Appellanten voldeden niet volledig aan dit verzoek, waarop het college de bijstand opschortte en later introk.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat appellanten niet tijdig en volledig aan het informatieverzoek hadden voldaan en dat herstel in bezwaar niet mogelijk was. Appellanten stelden in hoger beroep dat het onderzoek ongegrond was en dat zij alsnog alle benodigde gegevens hadden verstrekt, waardoor zij gerechtvaardigd vertrouwen konden ontlenen aan de handelwijze van de bezwaarmedewerker.
De Raad oordeelde dat de gronden van appellanten reeds gemotiveerd door de rechtbank waren weerlegd en dat geen nieuwe feiten of argumenten waren aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand wegens niet-naleving van de inlichtingenverplichting.