ECLI:NL:CRVB:2014:3360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar bij beëindiging bijstandsuitkering en mantelzorgontheffing
Betrokkene ontving bijstand en verleende mantelzorg aan haar visueel gehandicapte dochter. Zij verzocht ontheffing van de arbeidsverplichting, welke aanvankelijk werd afgewezen, maar later gedeeltelijk toegekend voor zes maanden. Na beëindiging van haar bijstandsuitkering per 1 maart 2012 werd het bezwaar tegen de afwijzing van ontheffing opnieuw behandeld en niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene nog procesbelang had en vernietigde het besluit, maar de Centrale Raad van Beroep stelt dat betrokkene ten tijde van het besluit geen procesbelang meer had omdat de bijstand was beëindigd. Hierdoor had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard moeten worden.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraken en het besluit van 28 november 2012 en verklaart het bezwaar tegen het besluit van 1 september 2011 niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot afwijzing van ontheffing arbeidsverplichting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na beëindiging bijstand.