ECLI:NL:CRVB:2014:2818

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 augustus 2014
Publicatiedatum
22 augustus 2014
Zaaknummer
13-5408 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidsrecht

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een zaak betreffende sociale zekerheidsrecht. Dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald.

In het verzet gaf appellante aan problemen te hebben gehad met de betaling van het griffierecht, maar stelde dat zij dit binnen de gestelde termijn alsnog had voldaan. Zij was bereid het griffierecht opnieuw te betalen en verzocht om een nieuwe acceptgirokaart.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die rechtvaardigen dat zij niet in verzuim was geweest. Haar stelling dat het griffierecht tijdig was betaald werd niet met stukken onderbouwd. Het wettelijke kader biedt geen ruimte voor een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 augustus 2014
13/5408 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 augustus 2013, 12/6284 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 26 maart 2014 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft appellante aangegeven dat zij problemen heeft ondervonden met de betaling van het griffierecht maar dat zij het griffierecht binnen de gestelde termijn heeft betaald. Appellante heeft verklaard bereid te zijn het griffierecht opnieuw te voldoen en heeft verzocht om toezending van een nieuwe acceptgirokaart.
De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Appellante heeft haar stelling dat zij het griffierecht binnen de gestelde termijn heeft betaald niet met stukken onderbouwd. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om appellante een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

QH

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en de présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 13 août 2014.