ECLI:NL:CRVB:2014:2616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, die sinds 8 juni 2012 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van de inrichting van zijn woning. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze aanvraag af, stellende dat de kosten tot de incidenteel voorkomende noodzakelijke kosten behoren die uit het bijstandsinkomen moeten worden voldaan door reservering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat vanwege zijn ernstige ziekte en persoonlijke omstandigheden hij niet had kunnen reserveren voor de kosten. De Raad overwoog dat bijzondere bijstand slechts wordt toegekend bij bijzondere omstandigheden, zoals plotselinge verhuizing of detentie, wat hier niet aan de orde was.
Appellant had een inkomen boven bijstandsniveau gehad en had vanaf 2007 diverse woonruimtes gehuurd, waarna hij in 2012 een woning betrok waarvoor hij bijzondere bijstand vroeg. Hoewel de Raad begrip toonde voor de moeilijke periode na de ziekmelding, oordeelde zij dat appellant had kunnen en moeten reserveren. Schulden en het ontbreken van reserveringsruimte kunnen niet worden afgewenteld op de WWB.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.