ECLI:NL:CRVB:2014:2545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens ontbreken rechtmatig verblijf en zorgplicht buiten geding
Appellante, zonder vaste woon- of verblijfplaats, ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout trok de bijstand per 1 februari 2012 in omdat appellante niet de Nederlandse nationaliteit bezit en geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft volgens de Vreemdelingenwet.
Appellante voerde in bezwaar aan dat het college een zorgplicht heeft vanwege haar ernstige gezondheidsklachten en dat een ander besluit over deze zorgplicht niet correct aan haar bekend is gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit van 2 oktober 2012 ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het andere besluit over de zorgplicht niet correct was meegenomen in de beoordeling. De Raad oordeelde echter dat het college terecht alleen het besluit over de intrekking van de bijstand heeft heroverwogen, omdat het beroep op de zorgplicht geen verband houdt met de grondslag van het WWB-besluit. De vraag naar een buitenwettelijke financiële verstrekking valt buiten het geding.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en wijst het hoger beroep af.