ECLI:NL:CRVB:2014:2424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag wegens mishandeling in niet-ambtenarenperiode
Appellant was aanvankelijk ambtenaar bij de gemeente Rotterdam en werd in 2006 ontslagen wegens het uitschrijven van gefingeerde naheffingsaanslagen. Dit ontslag werd later herroepen en het dienstverband met terugwerkende kracht hersteld. In 2010 werd appellant ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim, namelijk een mishandeling van een minderjarige op 22 april 2006.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de mishandeling niet als plichtsverzuim kan worden gekwalificeerd omdat deze plaatsvond in een periode dat appellant niet als ambtenaar was aangesteld. De ambtenarenrechtelijke verhouding was toen beëindigd. Het college had appellant bovendien niet kunnen straffen op grond van deze gedraging.
Hoewel de mishandeling een belemmering vormt voor het uitoefenen van de functie waarvoor een VOG vereist is, kan dit niet als grond voor het opgelegde ontslag dienen. De Raad vernietigt het besluit tot ontslag en veroordeelt het college tot vergoeding van kosten en griffierecht.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens plichtsverzuim wordt vernietigd omdat de mishandeling plaatsvond toen appellant geen ambtenaar was.