ECLI:NL:CRVB:2014:2311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een adres waar huisbezoeken plaatsvonden vanwege onduidelijkheden over zijn woonsituatie. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in omdat appellant niet de gevraagde gegevens verstrekte, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de intrekking en terugvordering ongegrond en het hoger beroep richtte zich tegen deze beslissing. De Raad concludeert dat appellant de inlichtingenverplichting niet is nagekomen, mede gelet op de bevindingen tijdens de huisbezoeken, waar geen slaapplaats voor appellant was en hij zelf verklaarde elders te verblijven.
Hoewel appellant later gegevens overlegde, was het college niet bevoegd de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken, maar wel om de bijstand te onderzoeken en in te trekken op basis van artikel 54, derde lid, WWB. De Raad oordeelt dat het college zorgvuldig heeft gehandeld en bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.