ECLI:NL:CRVB:2014:2301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandvleesbehandeling wegens voorliggende voorziening en geen acute noodsituatie
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdrage van een tandvleesbehandeling, maar het college wees dit af omdat deze kosten volgens de WWB niet noodzakelijk zijn en er een voorliggende voorziening bestaat in de Zorgverzekeringswet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij stelde onvoldoende financiële draagkracht te hebben en dat de behandeling noodzakelijk was vanwege ernstige ontstekingen, ondersteund door een tandartsverklaring.
De Raad oordeelde dat de Zorgverzekeringswet sinds 2006 als voorliggende voorziening geldt voor tandheelkundige kosten en dat de WWB geen aanvullende bijstand verleent voor kosten die in die wet als niet noodzakelijk worden aangemerkt. Er was geen sprake van een acute noodsituatie die dringende bijstand rechtvaardigt.
Daarom faalt het beroep en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor de tandvleesbehandeling.