ECLI:NL:CRVB:2014:2157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste berekening WAO-uitkering op basis van 38-urige werkweek
Appellant ontving een WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het geschil betrof de berekening van het dagloon waarop de uitkering is gebaseerd. Appellant stelde dat het UWV ten onrechte was uitgegaan van een 38-urige werkweek in plaats van een 28-urige werkweek, waardoor hij een lagere uitkering zou ontvangen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat het UWV onvoldoende inzicht had gegeven in de berekening van het dagloon.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de dagloonberekening had gebaseerd op gegevens van de werkgever van 26 oktober 2000, waaruit blijkt dat is uitgegaan van een 38-urige werkweek. Appellant had geen bewijs geleverd dat dit onjuist was. De Raad zag dan ook geen reden om aan de juistheid van deze gegevens te twijfelen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad concludeerde dat appellant door het bestreden besluit niet tekort is gedaan en dat het geïndexeerde dagloon van € 89,08 correct is vastgesteld. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering terecht is vastgesteld op basis van een 38-urige werkweek en een dagloon van € 89,08.