ECLI:NL:CRVB:2014:2156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een WAO-uitkering die oorspronkelijk was vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Het UWV herzag deze uitkering en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid bij naar 25 tot 35%, waarna bij bezwaar werd vastgesteld dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was, wat leidde tot intrekking van de uitkering.
In hoger beroep voerde appellante aan dat er aanvullende beperkingen moesten worden aangenomen, onder meer op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren, en dat voltijds werken, werken in wisselende diensten en nachtdiensten niet mogelijk waren. Ook stelde zij dat de diagnose whiplash ten onrechte was verworpen. De bezwaarverzekeringsarts nam extra beperkingen op in de Functionele Mogelijkhedenlijst, maar de bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat er nog voldoende geschikte functies overbleven.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat appellante ondanks de beperkingen geschikt was voor de geselecteerde functies, waardoor het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bleef. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.