ECLI:NL:CRVB:2014:2052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens langdurig verblijf buitenland en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand sinds september 2009 en vroeg in oktober 2010 toestemming voor verblijf in het buitenland van 29 oktober tot 10 december 2010. Het college gaf aan dat maximaal vier weken per jaar verblijf in het buitenland met behoud van uitkering was toegestaan. Appellante verbleef echter bijna een jaar in Peru zonder dit vooraf te melden.
Het college trok de bijstand per maart 2011 in wegens herhaalde niet-naleving van oproepen en schending van de inlichtingenplicht. Vervolgens werd de bijstand over de periode van 19 oktober 2010 tot 11 maart 2011 ingetrokken en teruggevorderd. Appellante stelde in hoger beroep dat zij toestemming had gekregen voor het langdurige verblijf, maar kon dit niet onderbouwen.
De Raad concludeerde dat het college terecht het recht op bijstand had ingetrokken en de terugvordering had opgelegd. Er was geen aanwijzing dat het college op de hoogte was van het langdurige verblijf of toestemming had gegeven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.