ECLI:NL:CRVB:2014:1851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing functieonderhoud onterecht bij werkzaamheden huiselijk en eergerelateerd geweld
Betrokkene was aangesteld als Medewerker basispolitiezorg en verrichtte sinds 2002 werkzaamheden, waaronder rechercheonderzoeken gericht op huiselijk en eergerelateerd geweld. Tijdens haar re-integratieperiode van 31 december 2009 tot en met 31 maart 2011 voerde zij deze werkzaamheden meer structureel en frequent uit. De korpschef wees haar aanvraag om functieonderhoud af omdat de werkzaamheden in het kader van re-integratie tijdelijk zouden zijn en niet als basis voor functieonderhoud konden dienen.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef dit besluit niet redelijk had genomen, omdat betrokkene al vóór haar re-integratie substantieel met deze werkzaamheden bezig was en de regeling niet voorziet in haar situatie. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat de werkzaamheden tijdens de referteperiode wezenlijk afwijken van de functiebeschrijving en daarom apart vermeld moeten worden.
Daarnaast heeft de korpschef bij een nadere beslissing de functietypering aangepast door de rechercheonderzoeken deels te richten op huiselijk en eergerelateerd geweld, wat de Raad als voldoende beschrijvend beoordeelt. Het beroep tegen deze nadere beslissing wordt ongegrond verklaard. De Raad veroordeelt appellant tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De aanvraag om functieonderhoud is ten onrechte afgewezen; de nadere functietypering is toereikend en het beroep tegen het nadere besluit wordt ongegrond verklaard.