ECLI:NL:CRVB:2014:1724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep tussenuitspraak over onzorgvuldige berekening WAO-uitkering en maatmaninkomen
Appellante, een voormalig assistent in opleiding en later gepromoveerd, diende een aanvraag in voor een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV kende haar een uitkering toe op basis van een maatman en maatmaninkomen die appellante betwistte, omdat deze niet aansloot bij haar laatstelijk feitelijk verrichte werkzaamheden in Denemarken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd volstaan met de door het UWV gekozen maatman. In hoger beroep stelde appellante dat het UWV geen rekening had gehouden met de Europese Verordening (EEG) nr. 1408/71, die relevant is voor de berekening van het dagloon en de vaststelling van het maatmaninkomen.
De Raad constateerde dat het UWV bij de voorbereiding van de besluiten geen aandacht had besteed aan het belang van het Unierecht voor de besluitvorming, met name de wijze van berekening van de uitkering en de vaststelling van het maatmaninkomen. Hierdoor kleefde een gebrek aan de besluiten. De Raad droeg het UWV op dit gebrek te herstellen binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak.
Daarnaast werd ingegaan op de communicatie tussen partijen en het Deense orgaan, waarbij het UWV een invaliditeitspensioen in Denemarken had toegekend, maar appellante hiertegen beroep wilde instellen. De Raad erkende dat de gebreken in de besluitvorming zowel het besluit van 4 juni 2009 als dat van 5 augustus 2010 betroffen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 mei 2014.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de gebrekkige besluiten over de WAO-uitkering te herstellen met inachtneming van het Unierecht.