ECLI:NL:CRVB:2014:1587
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding aanschaf auto op grond van Wuv wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht meerdere malen om een vergoeding voor de aanschaf van een auto. Zowel in 1997, 2001 als in 2012 werden deze verzoeken afgewezen omdat niet was gebleken dat appellant volledig beperkt was in het gebruik van openbaar vervoer.
De Raad beoordeelde dat appellant vanwege zijn psychische klachten niet met het openbaar vervoer kan reizen, maar dat dit onvoldoende is voor het toekennen van een auto. Het beleid vereist een absolute verhindering om zowel openbaar vervoer als taxi te gebruiken. Medische adviezen van geneeskundig adviseurs stelden dat appellant in staat is met de taxi te reizen, ondanks zijn angstklachten en het feit dat hij al jaren geen taxi gebruikt.
Appellant bracht geen medische gegevens aan die dit tegenspraken. Ook zijn persoonlijke omstandigheden, zoals de noodzaak om snel hulp te bieden aan zijn gehandicapte zoon, zijn niet relevant voor deze beoordeling. Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en wees het verzoek tot vergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding voor de aanschaf van een auto wordt afgewezen.