ECLI:NL:CRVB:2014:1585
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische invaliditeit, had een vergoeding voor huishoudelijke hulp. Hij vroeg om uitbreiding van deze hulp van twee naar vier dagdelen per week, maar dit verzoek werd afgewezen door de Sociale verzekeringsbank. Appellant maakte bezwaar, maar diende dit te laat in, met als reden het rouwproces na het overlijden van zijn echtgenote.
De Raad oordeelde dat de termijn voor bezwaaroverschrijding was overschreden en dat de opgegeven reden geen aanvaardbare verschoonbare oorzaak vormde volgens artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Ondanks de begrijpelijkheid van de situatie was appellant niet verhinderd om tijdig bezwaar te maken, eventueel met hulp van derden.
Daarom werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 mei 2014.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.