ECLI:NL:CRVB:2014:1578
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp op grond van Wuv
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om uitbreiding van zijn vergoeding voor huishoudelijke hulp van vier naar acht uur per week vanwege fysieke beperkingen door een pacemaker en prostaatkanker.
Verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van medische noodzaak voor meer dan vier uur hulp. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen waren onderschat en dat onvoldoende rekening was gehouden met medische gegevens.
De Raad stelde vast dat op het moment van advisering een volledig medisch beeld beschikbaar was, inclusief een persoonlijk onderhoud met appellant. Uit de medische gegevens bleek dat appellant ondanks zijn fysieke beperkingen nog lichte huishoudelijke werkzaamheden kan verrichten en dat er geen sprake is van zelfverwaarlozing of chaotisch gedrag door psychische klachten.
Op grond van het beleid van verweerder kan slechts bij medische noodzaak en bij (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag een vergoeding voor acht uur worden toegekend. Dit was hier niet het geval, zodat het beroep ongegrond werd verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot uitbreiding van huishoudelijke hulp naar acht uur per week wordt afgewezen.