ECLI:NL:CRVB:2014:1524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen informatieve brief terugvordering bijstand
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand tot mei 2011. Het college heeft bij besluiten van juni en oktober 2011 de bijstand herzien en bedragen teruggevorderd. In december 2012 ontving appellante een brief met een overzicht van de terugvorderingen, waarna zij bezwaar maakte tegen deze brief.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de brief niet op rechtsgevolg was gericht.
In hoger beroep betoogde appellante dat de brief wel een besluit is omdat zij pas toen kennis kreeg van de terugvorderingsbedragen. De Raad oordeelde dat de eerdere besluiten wel rechtsgevolg hebben, ook al waren deze mogelijk niet correct bekendgemaakt, en dat de brief slechts informatief is. Het bezwaar tegen de brief is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de informatieve brief is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt verworpen.