ECLI:NL:CRVB:2014:1515
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding extra vakantie en orthopedisch matras wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om vergoeding van een extra vakantie met begeleiding en een orthopedisch matras. Verweerder wees deze verzoeken af omdat geen medische noodzaak werd vastgesteld en er geen causaal verband was met de ondergane vervolging.
De Raad overwoog dat het beleid van verweerder alleen vergoeding toelaat bij medische noodzaak na recente operaties of ernstige acute aandoeningen, of bij personen boven 70 jaar ook bij niet-causale aandoeningen indien medisch noodzakelijk. De medische adviezen gaven aan dat appellant geen noodzakelijke operatie onderging en geen acute psychische decompensatie had, zodat geen medische noodzaak bestond voor een extra vakantie. De eerdere vergoeding in 2012 was gebaseerd op een ziekenhuisopname, die nu ontbrak.
Ten aanzien van het orthopedisch matras werd vastgesteld dat eerdere besluiten geen causaal verband met de vervolging erkenden voor de rugklachten en dat geen nieuwe feiten waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen. De Raad concludeerde dat appellant geen recht heeft op vergoeding van het matras omdat de medische problemen niet in verband staan met de vervolging.
De beroepen zijn ongegrond verklaard en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen van appellant tegen de weigering van vergoeding van een extra vakantie en een orthopedisch matras worden ongegrond verklaard.