Uitspraak
30 augustus 2013, 12/5147 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf juli 2010 een ouderdomspensioen met toeslag voor zijn jongere partner. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) besloot per februari 2012 de toeslag te beëindigen omdat de partner 65 jaar werd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar deed dit na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, waarbij werd meegewogen dat appellant de inhoud van het besluit niet goed begreep door een onjuiste vertaling en dat ziekte geen geldige reden was voor het late bezwaar. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij ziek was en wees op infrastructuur- en taalproblemen.
De Raad concludeert dat hoewel appellant gedurende een deel van de termijn ziek was, hij na herstel nog geruime tijd wachtte met het indienen van bezwaar. Andere aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen verschoonbaarheid. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding wordt bevestigd.