ECLI:NL:CRVB:2014:1406

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 april 2014
Publicatiedatum
25 april 2014
Zaaknummer
13-5313 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbAlgemene Ouderdomswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare overschrijding bezwaartermijn AOW-toeslag

Appellant ontving vanaf juli 2010 een ouderdomspensioen met toeslag voor zijn jongere partner. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) besloot per februari 2012 de toeslag te beëindigen omdat de partner 65 jaar werd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar deed dit na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn.

De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, waarbij werd meegewogen dat appellant de inhoud van het besluit niet goed begreep door een onjuiste vertaling en dat ziekte geen geldige reden was voor het late bezwaar. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij ziek was en wees op infrastructuur- en taalproblemen.

De Raad concludeert dat hoewel appellant gedurende een deel van de termijn ziek was, hij na herstel nog geruime tijd wachtte met het indienen van bezwaar. Andere aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen verschoonbaarheid. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding wordt bevestigd.

Uitspraak

13/5313 AOW
Datum uitspraak: 18 april 2014
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
30 augustus 2013, 12/5147 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 maart 2014. Appellant is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sturmans.

OVERWEGINGEN

1.1. De Svb heeft aan appellant met ingang van juli 2010 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet toegekend en een toeslag voor zijn jongere partner.
1.2. Bij besluit van 6 oktober 2011 heeft de Svb aan appellant meegedeeld dat met ingang van februari 2012 niet langer recht bestaat op een toeslag, omdat zijn partner in die maand 65 jaar wordt.
1.3. Bij het bestreden besluit van 30 augustus 2012 heeft de Svb het bij brief van 6 mei 2012 tegen het besluit van 6 oktober 2011 ingestelde bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
2.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is in aanmerking genomen dat appellant ten aanzien van de termijnoverschrijding heeft gesteld dat hij het besluit van 6 oktober 2011 aan de dorpsschrijver heeft laten lezen, maar dat deze persoon appellant de details van het besluit niet heeft verteld. Appellant wist niet dat hij tot
18 november 2011 bezwaar kon maken, tot hij een andere dorpsschrijver had gevonden. Verder heeft appellant aangevoerd dat hij gedurende de bezwaartermijn ziek was en niet kon reizen. In deze omstandigheden heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De onjuiste vertaling door een dorpsschrijver of het niet goed begrijpen daarvan, ondanks de aanwezige Franse vertaling van het besluit, komt voor appellants rekening en risico. In geval van ziekte had het op de weg van appellant gelegen om zijn belangen door een ander te laten behartigen.
3.
In hoger beroep heeft appellant een tweetal medische verklaringen overgelegd, ter ondersteuning van zijn betoog dat hij gedurende de bezwaartermijn ziek was en buiten staat was te werken. Verder heeft appellant gewezen op de verschillen in infrastructuur en postbezorging tussen Marokko en Nederland, en op de taalbarrière.
4.1.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.2.
Tussen partijen is slechts in geschil de vraag of de overschrijding van de bezwaartermijn ingevolge artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verschoonbaar is.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden volledig onderschreven. Het volgende wordt daaraan toegevoegd.
4.4.
Uit de ingezonden medische verklaringen kan worden opgemaakt dat appellant gedurende de periode van 1 oktober 2011 tot en met 20 november 2011 ziek was en niet mocht werken. Voor zover met deze verklaringen gezegd zou kunnen worden dat appellant gedurende de bezwaartermijn wegens ziekte buiten staat was tijdig bezwaar aan te (laten) tekenen, kan in ieder geval worden vastgesteld dat appellant na zijn herstel nog geruime tijd heeft gewacht met het indienen van bezwaar. De termijn voor het indienen van bezwaar tegen het besluit van 6 oktober 2011 is verstreken op 17 november 2011, terwijl het bezwaarschrift van appellant dateert van 6 mei 2012. Ook hetgeen appellant overigens heeft aangevoerd levert geen omstandigheden op die ertoe leiden de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten in de zin van artikel 6:11 van Pro de Awb.
4.5.
Uit hetgeen hiervoor onder 4.2 tot en met 4.4 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van O.P.L. Hovens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2014.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) O.P.L. Hovens

JL

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos en présence de O.P.L. Hovens en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 16 avril 2014.