ECLI:NL:CRVB:2014:1359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, die sinds 2006 gedeeltelijk arbeidsongeschikt was verklaard, meldde zich in maart 2010 ziek met psychische klachten en kreeg een Ziektewet-uitkering toegekend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde deze uitkering per 7 oktober 2011, omdat appellant weer geschikt werd geacht voor werk binnen de WAO-beoordeling.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard na onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank Rotterdam bevestigde deze beslissing in oktober 2012, waarbij werd geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en verwees naar medische klachten zoals IBS, whiplashtrauma en fibromyalgie, en een brief van een neuroloog. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze informatie geen aanleiding gaf het eerdere oordeel te herzien. De medische gegevens waren zorgvuldig beoordeeld, en er waren geen objectiveerbare afwijkingen die ongeschiktheid voor werk rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen grond voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering en wijst het hoger beroep af.