ECLI:NL:CRVB:2014:1334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn AOW
Appellant ontvangt sinds februari 2008 een AOW-uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft bij besluit van 19 december 2011 het pensioen met 2% verlaagd vanwege het niet betalen van premies in een bepaalde periode. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 25 april 2012 ongegrond werd verklaard.
Appellant stelde beroep in tegen dit bezwaarbesluit, maar dit beroep werd door de rechtbank Limburg niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift op 2 juli 2012 na afloop van de wettelijke beroepstermijn was ingediend. Appellant voerde aan dat de termijnoverschrijding veroorzaakt was door ziekte, maar de rechtbank vond de onderbouwing onvoldoende.
In hoger beroep betoogde appellant dat het onredelijk was dat hij pas ruim een jaar later werd geïnformeerd over de niet-ontvankelijkheid van zijn beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bepalingen over de beroepstermijn van openbare orde zijn en ambtshalve moeten worden getoetst. De Raad stelde vast dat de rechtbank geen redelijke termijn had overschreden met haar uitspraak en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde het vonnis van de rechtbank Limburg van 25 juli 2013.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.