ECLI:NL:CRVB:2014:1329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Appellant meldde zich ziek per 28 maart 2011 vanwege depressieve klachten en ontving een Ziektewet-uitkering vanaf 1 april 2011. Het UWV verklaarde hem op 11 juli 2011 hersteld en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank die het besluit bevestigde.
De rechtbank baseerde zich op medische onderzoeken van verzekeringsartsen en een bezwaarverzekeringsarts die ook huisartsgegevens meenam. De verklaring van de voormalig leidinggevende gaf geen aanleiding tot twijfel over het oordeel dat appellant zijn eigen arbeid kon verrichten. De rechtbank vond dat de psychische klachten geen belemmering vormden voor de werkzaamheden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het telefonisch contact met de huisarts onvoldoende was en dat zijn agressieproblemen hem belemmerden. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat er geen medische aanwijzingen waren dat appellant op de datum van beëindiging niet arbeidsgeschikt was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 11 juli 2011 wordt bevestigd.