Uitspraak
OVERWEGINGEN
2 januari 2012 van appellant ontvangen beroepschrift derhalve niet tijdig door de rechtbank is ontvangen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin zijn verzet tegen de ongegrondverklaring van zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn AOW-pensioenaanvraag werd afgewezen. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend.
In hoger beroep stelt appellant dat hij in Nederland heeft gewerkt en dat zijn aanvraag onterecht is afgewezen. De Raad overweegt dat het hoger beroepschrift weliswaar na de termijn is ontvangen, maar tijdig is gepost, waardoor het formeel ontvankelijk zou zijn.
Echter, op grond van artikel 8:104 Awb Pro kan tegen de aangevallen uitspraak geen hoger beroep worden ingesteld. De Raad constateert geen evidente schending van procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de ongegrondverklaring van het verzet wegens niet-vatbaarheid voor hoger beroep.