ECLI:NL:CRVB:2014:1292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in ambtenarenrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Minister van Defensie hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Vervolgens heeft de Minister het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft daarop verzocht om veroordeling van de Minister in de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat op grond van artikel 21a van de Beroepswet, in samenhang met artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, het bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten indien het hoger beroep wordt ingetrokken. De Raad constateert dat de kosten van het beroep reeds door de rechtbank zijn vergoed, maar dat de kosten die verband houden met het hoger beroep nog niet zijn vergoed.
De Raad ziet aanleiding om de Minister van Defensie te veroordelen in de proceskosten van betrokkene, begroot op € 487,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het onderzoek ter zitting is achterwege gebleven met instemming van partijen. De uitspraak is gedaan door voorzitter J.Th. Wolleswinkel, in aanwezigheid van griffier E.R. Flore, op 17 april 2014.
Uitkomst: De Minister van Defensie wordt veroordeeld tot betaling van € 487,- aan proceskosten aan betrokkene.