ECLI:NL:CRVB:2014:1225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand met terugwerkende kracht zonder bijzondere omstandigheden
Appellant, een voormalig zelfstandig ondernemer die sinds 2009 geen opdrachten meer had, vroeg bijstand aan met ingang van 29 november 2011. Het college verleende bijstand vanaf 7 februari 2012, later gewijzigd naar 6 februari 2012, maar weigerde terugwerkende kracht toe te kennen vanaf november 2011 vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad benadrukte dat alleen de beslissing op de aanvraag bijstand centraal stond en dat andere aangevoerde klachten en verzoeken buiten beschouwing bleven.
Volgens vaste jurisprudentie bestaat geen recht op bijstand voor de periode voorafgaand aan de melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellant had bewust gekozen om pas in februari 2012 bijstand aan te vragen, omdat hij eerst juridische duidelijkheid wilde verkrijgen en een advocaat wilde inschakelen.
De Raad concludeerde dat dit geen bijzondere omstandigheden vormde en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.