ECLI:NL:CRVB:2014:1215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kinderbijslagperiode en schikking met Sociale Verzekeringsbank
Appellant, woonachtig in Marokko en voormalig in Nederland werkzaam, ontving kinderbijslag tot eind 1992 en vroeg in 2009 opnieuw kinderbijslag aan. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende kinderbijslag toe vanaf het derde kwartaal 2008, maar weigerde over 1993 tot 2008. Na bezwaar en procedure bij de rechtbank werd een schikking getroffen waarbij kinderbijslag werd toegekend van 2003 tot 2011, waarna appellant zijn beroep introk.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij recht heeft op kinderbijslag vanaf 1993. De Raad oordeelt dat de weigering over 1993-2003 in rechte vaststaat door de schikking en intrekking van beroep. De Svb heeft het bestreden besluit correct uitgevoerd. De Raad verwerpt de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank, omdat een beroepsgrond die niet kan slagen ongegrond verklaard moet worden, niet niet-ontvankelijk.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt terugbetaald. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank wordt vernietigd.