ECLI:NL:CRVB:2014:1212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-verzekering en vrijwillige inkoop na verblijf in Suriname
Appellante, geboren in 1962 in Suriname, woonde daar tot 15 oktober 1987 en kwam daarna naar Nederland. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat zij niet verzekerd was voor de AOW in de periode van 1977 tot haar vertrek in 1987. Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling en tegen de weigering van de Svb om haar toe te laten tot de vrijwillige verzekering vanwege het overschrijden van de aanmeldingstermijn.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat appellante geen recht op verzekering kon ontlenen aan haar ingezetenschap in Suriname na de onafhankelijkheid in 1975. Tevens was de overschrijding van de aanmeldingstermijn niet verschoonbaar en bestond geen plicht voor de Svb om appellante te informeren over de mogelijkheid van vrijwillige verzekering.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad overwoog dat de periode na de onafhankelijkheid van Suriname niet valt onder het Koninkrijksstatuut en dat appellante terecht niet als verzekerde wordt aangemerkt. Ook werd geoordeeld dat de lagere AOW-uitkering voortvloeit uit het opbouwstelsel van de AOW en niet door de rechter kan worden gecorrigeerd. De weigering van de vrijwillige verzekering was eveneens terecht vanwege het niet tijdig aanmelden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet verzekerd was voor de AOW tijdens haar verblijf in Suriname en dat de weigering tot vrijwillige verzekering terecht is.