ECLI:NL:CRVB:2014:1180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onjuiste woonadresverstrekking
Appellante ontving bijstand van 2006 tot 2009 en werd verdacht van het niet juist doorgeven van haar woonadres. De sociale recherche voerde een onderzoek uit, waarbij huisbezoeken, getuigenverklaringen en verklaringen van appellante zelf werden verzameld. Op basis hiervan concludeerde het dagelijks bestuur dat appellante niet op het opgegeven uitkeringsadres woonde in de periode van 15 augustus 2007 tot 23 oktober 2009.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging. Appellante voerde aan dat zij wel woonde op het uitkeringsadres en dat de rechtbank ten onrechte verklaringen van buurtbewoners en haar eerdere verklaring niet voldoende had meegewogen. Ook verwees zij naar een vrijspraak in een strafzaak.
De Raad oordeelde dat de feiten en omstandigheden, waaronder de verklaringen van buurtbewoners en het onderzoek van de sociale recherche, voldoende bewijs boden dat appellante niet op het uitkeringsadres woonde. De vrijspraak in de strafzaak deed hieraan geen afbreuk omdat het bestuursrecht een andere rechtsvraag betreft. Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens onjuiste woonadresverstrekking wordt bevestigd.