ECLI:NL:CRVB:2014:1149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatig verklaring voor niet betalen AOW-premie in 2007
Appellante werd door de Sociale verzekeringsbank (Svb) schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van de premie voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) over het jaar 2007. Dit volgde op een bericht van de Belastingdienst dat zij een bedrag aan inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen niet had voldaan.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij op bijstandsniveau leefde en dat de nabetaling van een Ziektewetuitkering aan haar echtgenoot leidde tot een hoog belastbaar inkomen, waar de Belastingdienst geen rekening mee hield. Desondanks oordeelde de rechtbank dat appellante verwijtbaar was omdat zij bij ontvangst van een voorlopige teruggave door de Belastingdienst bedragen had moeten reserveren voor een mogelijke afwijking van de definitieve aanslag.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en wees erop dat op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) het beroep tegen de schuldig nalatig verklaring niet kan slagen op grond van een betwisting van de hoogte van de aanslag. De Raad concludeerde dat appellante de bewijslast niet had kunnen voldoen om het verwijt niet te hoeven dragen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante schuldig nalatig is voor het niet betalen van de AOW-premie over 2007.