ECLI:NL:CRVB:2014:1125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken woonplaats in gemeente
Appellant had een aanvraag om bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van zijn gemeente, maar het college wees deze af omdat hij niet feitelijk woonde op het uitkeringsadres. Dit werd bevestigd door een onderzoek van de sociale recherche, waarin heimelijke waarnemingen, een verhoor en gegevens van het waterleidingbedrijf werden betrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd meegewogen dat de woning nagenoeg leeg was, het energieverbruik zeer laag was en een buurvrouw verklaarde dat appellant niet op het adres woonde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onder bijzondere omstandigheden weinig tijd thuis doorbracht en dat het energieverbruik niet was geverifieerd.
De Raad oordeelde echter dat de bevindingen van het onderzoek en de verklaring van appellant onvoldoende waren om het standpunt van het college te weerleggen. Er was geen bewijs dat appellant een andere hoofdverblijfplaats in de gemeente had. Daarom had appellant geen woonplaats in de gemeente en geen recht op bijstand. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op bijstand omdat hij niet feitelijk woonde op het uitkeringsadres en geen woonplaats in de gemeente had.