ECLI:NL:CRVB:2014:1121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken gevraagde gegevens over onroerend goed
Appellante ontving vanaf 2002 bijstand op grond van de WWB. Het college trok deze bijstand in per 25 november 2011 omdat appellante niet de gevraagde gegevens over een onroerend goed in Libanon had verstrekt. Tevens werd een bedrag van €139.236,25 teruggevorderd.
Appellante vroeg op 4 januari 2012 opnieuw bijstand aan, maar het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat zij niet binnen de gestelde hersteltermijn de gevraagde bankafschriften over de periode vanaf 1 januari 2011 had aangeleverd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betwistte appellante dat het noodzakelijk was bankafschriften over een jaar te overleggen. De Raad oordeelde dat het college op goede gronden om deze gegevens had gevraagd vanwege aanwijzingen dat het onroerend goed mogelijk was verkocht. De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de afwijzing van de nieuwe aanvraag wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde bankafschriften.