ECLI:NL:CRVB:2014:1084

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 maart 2014
Publicatiedatum
2 april 2014
Zaaknummer
13-3348 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaald griffierecht ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. De Raad oordeelde dat appellant in verzuim was en dat er geen reden was om hiervan af te wijken.

Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar verscheen niet op de zitting van 24 februari 2014 waarin het verzet werd behandeld. De Raad heeft het verzet beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om het eerdere oordeel te wijzigen.

Ten overvloede overweegt de Raad dat de rechtbank het beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Er is geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet derhalve ongegrond.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 28 maart 2014
13/3348 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 16 mei 2013, 13/95 (aangevallen uitspraak)
Partij:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 29 oktober 2013 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 24 februari 2014, waar appellant niet is verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 29 oktober 2013 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet tijdig is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Wat appellant in verzet heeft aangevoerd leidt niet tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 29 oktober 2013 niet juist is.
Het verzet is ongegrond.
Ter voorlichting van appellant overweegt de Raad in dit geval, ten overvloede, dat de rechtbank bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
28 maart 2014.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

QH