ECLI:NL:CRVB:2013:CA3533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden inkomsten prostitutie
Appellante ontving bijstand over meerdere perioden, maar maakte geen melding van inkomsten uit werkzaamheden in de prostitutie. Naar aanleiding van een anonieme melding startte het college een onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat appellante regelmatig in een bekend prostitutieadres in Nijmegen werkte en daar inkomsten uit verkreeg.
Appellante voerde aan dat zij de Nederlandse taal beperkt beheerst en dat haar verklaring onder druk was afgelegd, maar de Raad vond geen aanwijzingen voor onrechtmatigheid of onbegrip. Ook de onderzoeksresultaten bevestigden haar werkzaamheden en inkomsten.
De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden door haar inkomsten niet te melden en dat het college daarom bevoegd was de bijstand over de betreffende perioden in te trekken en terug te vorderen. De terugvordering kon niet worden beperkt tot de periode van waarnemingen, omdat appellante zelf verklaarde al sinds 2004 werkzaam te zijn.
De hoger beroepsgronden van appellante slaagden niet, en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Arnhem werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit prostitutie worden bevestigd.