ECLI:NL:CRVB:2013:CA2126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1940, heeft een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees deze aanvraag af omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat appellant direct betrokken was bij oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).
De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. De Raad overwoog dat de verschillende door appellant genoemde gebeurtenissen, zoals huisarrest, het meemaken van beschietingen en bombardementen, het zien van mishandeling van familieleden en een rampokactie, niet voldoen aan de criteria van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld. Zo was er geen sprake van vrijheidsberoving in de zin van de Wubo, geen directe confrontatie met extreem geweld, en geen levensbedreigende situatie tijdens de rampokactie.
De Raad concludeert dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat hij is getroffen door oorlogsgeweld zoals vereist voor erkenning onder de Wubo. Het bestreden besluit blijft daarom in stand en het beroep wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de erkenning als burger-oorlogsslachtoffer blijft in stand.