ECLI:NL:CRVB:2013:CA0960
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstand wegens twijfel over hoofdverblijf
Verzoeker ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) sinds september 2010. Naar aanleiding van een melding over zijn verblijfadres voerde de gemeente Amsterdam een onderzoek uit, waaronder huisbezoeken en gesprekken. Op basis van de bevindingen trok het college de bijstand met ingang van 11 september 2012 in vanwege gerede twijfel over het hoofdverblijf van verzoeker.
Verzoeker gaf aan zijn hoofdverblijf te hebben op het opgegeven adres en verklaarde dat hij enkele dagen per week bij zijn vriendin verbleef, maar weigerde haar naam en adres te verstrekken uit privacyoverwegingen. Hierdoor kon het college het hoofdverblijf niet vaststellen en concludeerde dat verzoeker zijn inlichtingen- en medewerkingsplicht had geschonden.
De voorzieningenrechter van de rechtbank wees het beroep van verzoeker af, waarna hij hoger beroep instelde en tevens een verzoek om voorlopige voorziening deed. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht twijfelde aan de woonsituatie en dat verzoeker onvoldoende medewerking had verleend. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit tot intrekking van bijstand wordt bevestigd.