ECLI:NL:CRVB:2013:CA0561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand en terugvordering voorschotten wegens onvoldoende financiële informatie
Appellant had bij het college van burgemeester en wethouders van Helmond een aanvraag ingediend voor bijstand met ingang van 14 februari 2010, na beëindiging van zijn relatie en samenwoning. Het college wees de aanvraag af en vorderde de verstrekte voorschotten terug, omdat appellant onvoldoende informatie over zijn financiële situatie had verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Appellant voerde aan dat hij in de periode voorafgaand aan de aanvraag psychische problemen had en in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, en dat hij het erfdeel van zijn vader had gebruikt om schulden bij zijn zus af te lossen. De Raad oordeelde dat voor de periode voorafgaand aan de datum van melding bij het UWV Werkbedrijf geen bijstand wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangetoond, wat appellant niet had gedaan.
Verder stelde de Raad vast dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht, omdat hij geen bankafschriften of andere objectieve bewijsstukken over zijn financiële situatie had overlegd, noch aannemelijk had gemaakt dat hij verplicht was geld terug te betalen aan zijn zus. De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand had geweigerd en de voorschotten had teruggevorderd, en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand met terugwerkende kracht wordt afgewezen en de terugvordering van voorschotten bevestigd wegens onvoldoende financiële informatie.