ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning persoonlijke prestatietoelage en functieplaatsing ambtenaar
Appellante is sinds 2002 in vaste dienst als administratief medewerker C, schaal 5, en werd in 2006 herplaatst binnen dezelfde functiegroep wegens een reorganisatie. Zij maakte bezwaar tegen deze plaatsing en tegen de toekenning van een persoonlijke prestatietoelage (PPT) van 4% per 1 januari 2010.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de nieuwe functie gelijkwaardig was aan de oude en dat de PPT op juiste gronden was vastgesteld. Appellante voerde aan dat zij een hogere functie en een hogere PPT had moeten krijgen, mede op grond van het gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelt dat het college juist heeft gehandeld volgens het Sociaal Statuut Rotterdam 2005, waarbij het 'mens volgt taak'-principe geldt indien de kerntaken voor 65% of meer gelijk zijn. Er is geen bewijs dat de functies niet gelijkwaardig zijn. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat het functioneren van appellante in 2008 en 2009 voldeed aan de eisen voor een hogere PPT. Schriftelijke beoordelingen ontbreken en het college heeft terecht een PPT van 4% toegekend vanaf 2010.
De Raad ziet geen aanleiding voor een nader onderzoek en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen grond voor een hogere PPT of eerdere toekenning daarvan. De vordering van appellante wordt afgewezen.
Uitkomst: De toekenning van een persoonlijke prestatietoelage van 4% en de functieplaatsing zijn rechtmatig bevonden.