ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant ontving ten onrechte een te hoge WAO-uitkering over de periode 1 januari 2008 tot 1 januari 2009. Het UWV stelde vast dat op basis van zijn inkomsten als zelfstandige de arbeidsongeschiktheidsklasse moest worden aangepast, waarna een terugvordering van €4.313,02 werd opgelegd.
Appellant voerde aan dat het UWV de winst uit 2008 had moeten verrekenen met het verlies uit 2007 en dat hij vanwege fouten van het UWV en de gevolgen daarvan kwijtschelding en schadevergoeding verdiende. Tevens stelde hij dat een arbeidsdeskundige hem had toegezegd dat hij slechts circa €900 zou moeten terugbetalen.
De Raad oordeelde dat volgens vaste jurisprudentie de netto winst als inkomsten uit arbeid wordt aangemerkt en dat artikel 44 WAO Pro geen compensatiemechanisme kent. De stelling van appellant dat het UWV had moeten verrekenen wordt verworpen. Ook is geen sprake van dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de vermeende toezegging niet is aangetoond. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.