ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd bepaald dat hij per 7 december 2009 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit voldoende deugdelijk was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn functionele mogelijkheden werden overschat en dat hij niet in staat was de geselecteerde voorbeeldfuncties uit te voeren vanwege lichamelijke klachten.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank de beroepsgronden juist en gemotiveerd had beoordeeld en dat er geen nieuwe medische informatie was die tot een ander oordeel kon leiden. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering.