ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Weigering periodieke Wubo-uitkering wegens gebrek aan causale verband lichamelijke klachten
Appellant, geboren in 1941 in Nederlands-Indië, vroeg in 2009 erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Verweerder erkende het oorlogsgeweld en de psychische klachten, maar wees de aanvraag af wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit.
Na bezwaar werd gedeeltelijk toegekend: een toeslag en vergoedingen voor psychische klachten, maar de periodieke uitkering en vergoedingen voor lichamelijke klachten werden geweigerd. De medische adviezen van meerdere geneeskundig adviseurs concludeerden dat de lichamelijke aandoeningen geen logisch medisch verband vertoonden met het oorlogsgeweld, maar eerder leeftijdsgebonden of constitutionele oorzaken hadden.
Appellant stelde dat zijn lichamelijke klachten wel oorzakelijk verband hielden met het oorlogsgeweld en dat hij daardoor zijn werk moest beëindigen. De Raad vond echter geen objectieve bevestiging van deze stellingen in de medische gegevens of het arbeidsverleden. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd, en dat het beroep ongegrond is.
De Centrale Raad van Beroep wees het beroep af en legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 18 april 2013.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de periodieke Wubo-uitkering bevestigd.