ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Weigering periodieke Wubo-uitkering wegens ontbreken causale werkbeëindiging
Appellant, een burger-oorlogsslachtoffer van Molukse afkomst, vroeg erkenning en uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hoewel verweerder erkende dat appellant psychische klachten had door oorlogsgeweld en een gedeeltelijke vergoeding toekende, werd de aanvraag voor een periodieke uitkering en vergoedingen voor lichamelijke klachten afgewezen.
De medische adviezen van geneeskundig adviseurs stelden dat de lichamelijke klachten van appellant niet gerelateerd zijn aan het oorlogsgeweld, maar aan leeftijdsgebonden en constitutionele factoren. Bovendien kon niet worden vastgesteld dat appellant zijn werkzaamheden causale had beëindigd vanwege de invaliditeit; het ontslag bij het garagebedrijf werd toegeschreven aan economische omstandigheden.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd was en dat er geen objectieve medische gegevens waren die het standpunt van appellant ondersteunden. De omgekeerde bewijslast van artikel 2, tweede lid, Wubo, was niet van toepassing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de periodieke Wubo-uitkering blijft gehandhaafd.